Alles eruit halen en je willen blijven ontwikkelen
Hans Klopper is al jaren een gerenomeerd scheidsrechter in de hoofdklasse van het Nederlandse waterpolo. De inwoner van Leersum fluit ook internationaal. Zijn voorlopige hoogtepunt beleefde hij vorig jaar, toen hij op de Olympische Spelen in Beijing de kwartfinale mocht leiden tussen de mannen van Servië en Spanje. "Een geweldige ervaring!"
Waarom ben je scheidsrechter geworden?
"Mijn vereniging (De Snippen uit Ouderkerk aan de Amstel) vroeg mij om voor hen te gaan fluiten. Binnen de club zag ik Ab Versteeg vaak fluiten en zijn stijl sprak mij aan. Daarnaast had ik ook vaak kritiek op de scheidsrechters, dacht het wel beter te kunnen! Het leiding geven aan een wedstrijd, daar een belangrijke rol in willen en durven spelen, dat trok mij aan."
Hoe ben je scheidsrechter geworden?
"Eerst dus op verzoek van de vereniging en dan volg je de cursus en begint in de onderste regionen. Na daar een periode te hebben gefloten, wilde ik graag hogerop. In ieder geval wilde ik de eerste teams van de verenigingen fluiten. Je komt dan ook collega's tegen die je inspireren om verder te gaan. Gert Nonnekes bijvoorbeeld, maar ook andere collega's als Paul Lamers. Op een gegeven moment moest ik fluiten in ik meen Krommenie. Na mijn kringwedstrijd werd daar een bondswedstrijd gespeeld en er was geen scheidsrechter aanwezig. Wel was er een rapporteur, Karel Smits, die mij vroeg de wedstrijd te leiden. Hij was enthousiast en vanaf die tijd klom ik ieder jaar een trede omhoog."
Wat heb je ermee bereikt? "Ik ben gegaan voor het hoogst haalbare: de Olympische Spelen. Ik ben vorig jaar in Beijing geweest, een geweldige ervaring. Alleen naar de Spelen gaan was niet het doel, ik wilde daar ook een belangrijke of beslissende wedstrijd fluiten. Uiteindelijk is dat een kwartfinale van de heren geworden: Spanje-Servië. Daar ben ik erg tevreden mee. De ambitie om finales te fluiten is er nog steeds. Ik zou heel graag wedstrijden rond de Fina Cup willen fluiten of de World Leaque finalewedstrijden. In Europa zou het mooi zijn bij de Final Four te kunnen fluiten, dus liggen er nog uitdagingen genoeg."
Wat heeft het je buiten de sport opgeleverd? "Je leert met name om met een bepaalde druk om te gaan. Maar ook ergens voor te willen gaan en daar alles voor opzij kunnen zetten. Dat moet echt in topsport. Alles er uit willen halen en je willen blijven ontwikkelen. Wanneer je die ontwikkeling ziet 'groeien', dan kun je steeds weer verder gaan. Ik heb veel vriendschappen gekregen door de sport. Topscheidsrechter (willen) zijn wil ook zeggen dat je ervoor moet leven. Een leven zonder waterpolo is voor mij niet denkbaar. Het is er altijd, ook in de rustige perioden."
Wat voor eigenschappen moet een goede scheidsrechter hebben? "Een scheidsrechter moet neutraal zijn. Je moet je beslissingen durven nemen, belangen kunnen inschatten, maar ook afstand daarvan nemen. Je moet ook met kritiek kunnen omgaan. Het is heel makkelijk kritiek te leveren op een scheidsrechter en vaak kun je je als scheidsrechter hier nauwelijks tegen verweren. Zelfkennis is dan echt heel belangrijk. Ik wil mijzelf recht in de spiegel kunnen aankijken en weten dat ik naar eer en geweten heb gehandeld. Wanneer anderen daar anders over denken, dan zij het maar zo, daar moet je mee leren leven."
Is het moeilijk? "Fluiten op hoog niveau is natuurlijk moeilijk. Er zijn hoge verwachtingen en belangen. Het moeilijke zit hem niet alleen in het nemen van beslissingen op het juiste moment, maar ook in het omgaan met de druk en mensen rondom de wedstrijd. Net als zovelen, ben ook ik ijdel, ik wil graag dat mensen vinden dat ik het goed doe. Maar dat kan eenvoudigweg niet altijd zo zijn. Domweg, omdat je ongewild ook wel eens foute beslissingen neemt of dat omstanders de regels niet kennen en dus niet begrijpen waarom je een bepaalde beslissing neemt. Daar moet je mee leren omgaan en dat kan heel moeilijk zijn."